In de krant ! Mooi artikel door Anne-Margot van Eijck

Inspiratie in beeld /

Haar grootvader was kunstschilder, haar oom fotograaf: voor Jos Poeder was de kunst altijd dichtbij. Maar het duurde wel even voor ze haar eigen richting vond.

©BarbraVerbij 460

Direct na de middelbare school ging Jos Poeder naar de KABK, de Haagse kunstacademie: ze wilde kunstschilder worden, net als haar grootvader. “Een grote teleurstelling: na een half jaar hield ik het al voor gezien. Het bleek een opleiding te zijn waar je stevig voor in je schoenen moet staan – en ik was te bang om te falen.” Poeder ging op reis en bezocht onder andere Canada, Amerika, Duitsland en Zwitserland. Eenmaal terug in Nederland werkte ze tien jaar in de Leidse universiteitsbibliotheek. Om daarna weer op reis te gaan. “Waar ik was, werkte ik. Als caissière, nanny – wat er maar te doen viel.”

Drie banen

Uiteindelijk bleek Griekenland het land waar ze verliefd op werd, vooral het zuidelijke deel van Kreta. “Ik had er altijd willen blijven en deed van alles om het hoofd boven water te houden: ik was receptioniste en later leidde ik excursies met Engelse en Duitse toeristen. Vervolgens verhuisde ik naar Athene en had daar op een gegeven moment drie banen tegelijk. Tot ik moest concluderen dat Griekenland gewoon te arm is om er in je eentje een bestaan op te bouwen.”

Zondag

Op haar veertigste ging ze terug naar Nederland. Huilend. “Ik vond het zó erg! En kon in het begin ook helemaal niet wennen. Nederland met z’n afspraken en niks spontaans. Waar mensen op zondag naar IKEA gaan in plaats van uit eten. Maar ik had geen keus.” Overdag werkte ze, in de avonduren volgde ze de fotoacademie. En langzamerhand verdween de kunstacademie naar de achtergrond. “Ik dacht: ik word fotograaf.”

Modder

Eenmaal de fotoacademie afgerond, combineerde Poeder allerlei baantjes met fotografie. Tot de kunst weer begon te wringen. “Ik schilderde eens per week op de Vrije Academie en na een tijdje wist ik gewoon dat ik ermee verder moest.” Ze meldde zich opnieuw bij de KABK – en ditmaal maakte ze de opleiding wél af. “Het was nog steeds eng en niet makkelijk, maar het verschil was dat ik nu wist dat ik het kon. Ik had in het begin nog het gevoel dat je zelf je werk bent, maar gaandeweg leerde ik het zien als los van mezelf. Dat kwartje viel in het vierde jaar en vanaf toen kon ik ook kritiek verdragen. Het is zoals een van mijn docenten zei: je komt binnen als een pingpongbal onder de modder. En op de academie slaan ze de modder eraf, zodat je beter kunt stuiteren.”

Hard werken

De gedachte dat je jezélf in je kunst uitdrukt, vindt Poeder flauwekul. “Je bént niet je werk. Natuurlijk is er zoiets als inspiratie, maar dat is het idee waarmee het begint. Overigens komt die inspiratie vaak juist als je even niets doet – als je bijvoorbeeld duf voor je uit zit te staren met een kop koffie. Maar heb je dat idee eenmaal, dan is het daarna gewoon heel hard werken om de juiste manier te vinden waarop je je verhaal kunt vertellen. Dat kan met een foto zijn, maar ook met een collage of een installatie. Ik dacht altijd dat ik schilder wilde worden. Ik bleek een beeldend kunstenaar.”

Werk van Jos Poeder is nog tot en met 15 maart te zien bij Kadmium in het Prinsenkwartier. Kijk voor meer informatie op haar website. U bent ook welkom bij haar thuis: mail voor een afspraak naar info@jospoeder.nl.

10 maart 2015, Anne-Margot van Eijck voor www.delft.nl